Gepost door: Tjibbe van der Veen | 18 december 2016

Omdenken of omtinken?

welzijn-is-de-nieuwe-welvaartAfgelopen week kwam ik op twee verschillende manieren in aanraking met het boek ‘Welzijn is de nieuwe Welvaart‘ van Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie. Op woensdag, tijdens een gastcollege voor mijn studenten HRM werd ik er door gastdocent Hendrik Toets van de Blije Economie op geattendeerd.

Vrijdagavond kreeg ik het boek na afloop van een Diner-concert van Hessel Bouma, voorzitter van de Lions in Drachten, met de opmerking dat het me zeker aan zou spreken. Beide heren bedankt voor de tip, want aanspreken doet dit boek zeker!

Het boek bespreekt de participatiesamenleving zoals Castelein die zich voorstelt, met ruimte voor Welzijn (met een hoofdletter) voor iedereen. De oude economie van banenplannen en het rondpompen van miljarden aan gemeenschapsgelden is toe aan verandering. Door robotisering en automatisering en de enorme toename van het aantal ZZP’ers en flexibele contracten is de arbeidsmarkt ingrijpend veranderd. In een gezonde samenleving komt iedereen tot zijn of haar recht, ongeacht leeftijd, afkomst, opleiding, baan of geen baan. Dat is mogelijk als we de samenleving economisch anders organiseren en weer waarde toekennen aan wat werkelijk belangrijk is.

logo-omdenkenIn het voorwoord staat de zin “Het is aan de omdenkende mens van bloed, zweet en tranen om het verschil in levensgeluk en Welzijn te gaan maken. Met omdenken bedoelt de auteur hier het Omdenken zoals dat in de afgelopen jaren populair en synoniem is geworden als ‘denktechniek om problemen te transformeren in mogelijkheden’.

Het woord omdenken in combinatie met levensgeluk en Welzijn in één zin bracht bij mij de volgende associatie naar boven:
In het Fries is het een al langer bestaand woord en heeft ‘Omtinken’ een veel bredere betekenis. Omtinken betekent letterlijk vertaalt ‘aandacht’, maar wordt ook wel gebruikt in de betekenis van ‘letten op’ of ‘passen op’.

‘Tink om ‘e hûn’ betekent dus ‘Pas op voor de hond’. Een andere toepassing van ‘omtinken’ zie je soms bij binnenkomst van een dorp in Friesland. Als je onder of bij het plaatsnaambord ziet staan ‘Tink om ús bern’ wordt je gevraagd om ‘mee’ op te passen op de kinderen:


Van aandacht voor de kinderen naar meer ‘aandacht voor elkaar’ en ‘omzien naar de ander’ is dan een kleine stap om te maken. Want ook dat is een betekenis van ‘Omtinken’. Niet alleen oppassen op de kinderen dus, maar ook oppassen op de ouderen. Dan komt deze betekenis van ‘omtinken’ ook binnen de participatiesamenleving tot zijn recht.

De oproep van Castelein om Nederland weer voorop te laten lopen door duidelijke keuzes te maken op het gebied van economie, maatschappij en samenleving is een heldere boodschap, waarbij hij het Welzijn van eenieder in de maatschappij verkiest boven welvaart van een enkeling. Daarbij gaat het dus meer over ‘wij’ dan over ‘ik’?

Om daar te komen zullen we moeten ‘Omdenken’. Wat mij betreft dan ook graag in de bredere (Friese) definitie van ‘Omtinken’, juist ook omdat dat zo goed past bij de inrichting van de participatiesamenleving.

Omdenken of omtinken? Het een kan niet zonder het ander!

 

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 20 november 2015

Symposium Rijnlandacademie

2015-11-19-rijnland-in-de-regio-ii-voorpaginaGisteren vond het symposium ‘Rijnland in de regio’ plaats in het Alpha college te Hoogeveen. Tijdens dit symposium werd de bundel ‘Rijnland in de Regio II’ aangeboden aan de CvB’s van Stenden, Alpha en Drenthe College.

In deze bundel is mijn bijdrage ‘Toekomst voor (Rijnlands) bankieren?‘ opgenomen. In het artikel zet ik de Angelsaksische en Rijnlandse modellen van organiseren naast elkaar met de Rabobank als voorbeeld.

 

Vragen die ik daarbij stel:
Wat is een optimale schaalgrootte voor een bank om deze op coöperatieve wijze te kunnen inrichten en aansturen? Wat valt er te leren van de wijze waarop coöperatieve organisaties in Nederland en het buitenland omgaan met deze uitdagingen? Zijn er naast een aantal scenario’s die ik benoem nog andere denkrichtingen te ontwaren voor de bancaire sector en meer specifiek een coöperatieve invulling van bankieren? Hoe kan er vanuit het coöperatieve model een Rijnlandse invulling worden gegeven aan de financiële sector om zo een tegenwicht te vormen tegen het Angelsaksische, neoliberale rendementsdenken?

Het volledige artikel is HIER te lezen: http://bit.ly/ToekomstRijnlandsBankieren

Veel leesplezier!

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 1 mei 2015

De toekomst van geld en krediet

De toekomst van geld en krediet. Blog van Martijn Jeroen van der Linden over nieuw economisch denken en de noodzaak om de transitie naar een nieuwe economie te helpen versnellen…

Martijn Jeroen van der Linden

aanbieding foto

Er gebeurt een hoop. Vorige week bood ik samen met theatergroep de Verleiders, Ad Broere en Ons Geld Collega’s Luuk de Waal Malefijt en Edgar Wortmann namens ruim 113.000 ondertekenaars het burgerinitiatief Ons Geld aan in Den Haag. Bovenstaande foto is op zichzelf al een resultaat (vrouwen zijn meer dan welkom zich aan te sluiten). De officiële tekst van het burgerinitiatief is geschreven door Edgar Wortmann en kan ik eenieder aanraden. Daarnaast zijn er vorige week drie stukken van mij gepubliceerd: De noodzakelijke transitie van de financiële sector (met Jan Rotmans op Follow the Money); Het mensbeeld in de economie kantelt (met Esther Somers op duurzaamnieuws); en een interview getiteld Geldschepping is een publiek taak (op Down to Earth).

Volgens mij komt er steeds meer ruimte voor nieuw economisch denken en heikele onderwerpen als monetaire hervorming. Als initiatiefnemers van het burgerinitiatief willen we vooral het maatschappelijk gesprek over de toekomst van geld en krediet aanwakkeren…

View original post 342 woorden meer

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 26 april 2015

Restschuld, individueel probleem of collectieve oplossing?

restschuldVandaag trekt een bericht op nu.nl de aandacht. Het bericht heeft als titel ‘Banken moreel verplicht om hypotheeklast klanten te verlagen‘ en geeft het pleidooi weer van de Vereniging Eigen Huis (VEH) om banken rentemiddeling aan te laten bieden aan hun klanten met een lopende hypotheek waarbij de rente voor een lange periode vaststaat.

Het bericht zette me aan het denken. De stelling van VEH is dat de winstmarges van de banken op hypotheken al vijf jaar te hoog zijn. Bovendien zien een groot aantal huishoudens in Nederland zich geconfronteerd met een restschuld als hun woning nu verkocht zou (moeten) worden. In een opiniestuk in het Financieel Dagblad, 23 april vorig jaar, riep ik banken op om restschulden af te durven boeken. Inmiddels een jaar verder is het nu wellicht tijd om met een andere oplossing te komen.

In een artikel van de Nederlands Vereniging van Banken wordt gesteld dat een algemene kwijtschelding geen oplossing is, omdat Nederlanders een hoge betalingsmoraal hebben en daar kan niet aan getornd worden…
Daarbij zou dit ook niet eerlijk zijn tegenover andere klanten. “Het kan immers niet zo zijn dat er aan de ene kant klanten zijn die extra aflossen om hun schuld te verkleinen, terwijl aan de andere kant ook schulden van klanten die niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, worden kwijtgescholden”. Ook dat is een standpunt wat ik graag mee zou willen nemen in een oplossing.

Duidelijk is dat de restschuldenproblematiek een dermate omvangrijk probleem is, dat bovendien nog scheef verdeeld is over generaties, dat individuele oplossingen tussen klant en bank een te gering effect zullen hebben. Het begint volgens mij met het realiseren dat als een derde van alle huishoudens in Nederland geconfronteerd wordt met onderwaarde op de woning ten opzichte van de daarop rustende hypotheekschuld we een gezamenlijk maatschappelijk probleem hebben.

In combinatie met de bovengenoemde oproep van VEH is er misschien nog een derde alternatief, waarbij meerdere doelen kunnen worden bereikt. De totale uitstaande hypotheekschuld in Nederland drukt zwaar op de balansen van de banken. Er is sprake van toenemende discussie met de Europese toezichthouders over hoe de risico’s van de Nederlandse hypotheken in te schatten. Banken hebben er dus belang bij dat de Loan-to-Value (LTV), de maximale hypotheek ten opzichte van de waarde van een woning, daalt om hun balans te versterken.

Uit bovenstaande situatieschets kunnen drie randvoorwaarden worden gedestilleerd:

1. Er moet op de uitstaande hypotheekschuld worden afgelost

2. Daarbij mag er geen ‘individueel’ voordeel ontstaan a.g.v. kwijtschelding

3. Banken hebben belang bij betere verhoudingen op hun balansen, waarbij de LTV daalt.

Als we dit kunnen combineren met de wetenschap dat de Nederlandse Staat tegen historisch lage tarieven kan lenen, kom ik tot de volgende gedachte:

Zou het een idee zijn om door een eenmalige verhoging van de staatsschuld (een groot gedeelte van) de door banken genomen uitstaande hypotheken af te lossen?

Door het geld (eventueel zelfs met een kleine opslag) tegen bijvoorbeeld 1,5% a 2% door te lenen aan de huidige hypotheekgevers (geldleners) kan er zelfs door de Staat nog winst op de lening worden gemaakt.

Daar zou dan wel de voorwaarde aan moeten worden verbonden dat de besparing die iedereen realiseert ten opzichte van de oude hypotheeklast verplicht wordt afgelost op de uitstaande hypotheek om zo aan de eerste voorwaarde te voldoen dat er op de schuld moet worden afgelost. Daarnaast zou hierdoor ook aan de tweede voorwaarde worden voldaan dat er geen ‘individueel’ voordeel wordt gerealiseerd door op basis van maatwerk af te boeken op de schuld. Iedereen betaalt immers hetzelfde rentepercentage. Als extra bijvangst is er voor de Staat het voordeel dat de kosten van de Hypotheek Rente Aftrek sterk zullen dalen.

De banken kunnen op hun beurt de vrijgekomen gelden uit hoofde van de afgeloste hypotheken gebruiken voor nieuwe kredieten voor het MKB. Het feit dat de financiering aan het MKB welhaast is stilgevallen heeft wellicht ook te maken met de al te grote uitzettingen in de particuliere (woning)hypotheken, waardoor er geen ‘ruimte’ overblijft om het MKB te (blijven) financieren?

Natuurlijk druist dit voorstel in tegen alle heersende logica rondom de in Europees verband afgesproken Maastrichtnorm voor de hoogte van de staatsschuld in verhouding tot ons Bruto Nationaal Product, nog los van beschuldigingen van staatssteun en oneerlijke concurrentie voor de banken. Echter, door de individuele hypotheekgever te verplichten het verschil tussen de oude en de nieuwe hypotheeklast te gebruiken als aflossing op de hypotheek, zal de (Staats)lening snel terug kunnen worden gebracht tot aanvaardbare proporties. En aangezien, volgens de NVB zélf, de Nederlanders bekend staan om hun hoge betalingsmoraal, moet het toch geen enkele moeite zijn voor het Agentschap van het Ministerie van Financiën om deze tijdelijke verhoging van de Staatsschuld scherp in te kopen?

Blijft over dat weliswaar wel wordt voldaan aan een betere solvabiliteit op de balansen van banken, maar tegelijkertijd verdwijnt een belangrijk verdienmodel voor de banken. Dat hoeft niet erg te zijn, omdat dit als bijkomend voordeel heeft dat de hele discussie over bonussen bij de banken overbodig wordt. Door de winstgevendheid van de banken zodanig te beperken dat er simpelweg geen ruimte meer is om bonussen uit te keren zou onze bancaire sector weer dienstbaar, klantgericht en innovatief kunnen worden…

‘At it net kin sa’t moat, moat it mar sa’t kin’…

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 28 november 2014

Rijnlands | in de wereld van coöperatieve banken

2014-11-27 Rijnlandbundel voorpaginaTijdens het symposium Rijnland in de Regio op 27 november 2014 van de Rijnlandacademie van Stenden Hogeschool en Alfa-college werd het gelijknamige boek “Rijnland in de Regio” gepresenteerd. De Rijnlandacademie is een grensoverschrijdend kennisnetwerk dat haar naamgeving dankt aan het Rijnlandmodel.

In het boek “Rijnland in de Regio” wordt de oogst van de oriëntatie op grensoverschrijdend werken in het Noordelijk grensgebied gepresenteerd. Onderdeel van dit boek vormt mijn bijdrage “Rijnland in de wereld van de coöperatieve banken“. Onderwerp van dit artikel is een vergelijking tussen de Volks- und Raiffeisenbanken in Duitsland en de Rabobank in Nederland. Alhoewel beide banken zich beroepen op dezelfde grondlegger, Friedrich Wilhelm Raiffeisen, zijn er door een verschillende invulling van Raiffeisen’s motto ‘wat iemand alleen niet kan, dat kunnen velen’ grote verschillen tussen beide zusterorganisaties ontstaan.

In het artikel analyseer ik aan de hand van de tegenstelling tussen het Angelsaksische en het Rijnlandse model hoe deze verschillen in de laatste twee decennia enorm zijn toegenomen. Elementen als een korte versus een lange termijn visie, top-down versus bottum-up en groot versus klein denken passeren de revue. Centraal staat de vraag hoe het kan zijn dat een organisatie die is ontstaan vanuit een persoonlijke drive en passie om ‘het goede te doen’ voor mens en maatschappij, zo ontzettend is verzandt in een worsteling om ‘de dingen goed te doen’. De ‘dingen’ staan daarbij voor het voldoen aan wet- en regelgeving, compliancy en corporate governance, oftewel behoorlijk ondernemingsbestuur. Juist op dat vlak is van alles misgegaan bij de Rabobank. Van woekerpolis tot rentederivaten, van liborschandaal tot valutafraude, van vastgoedverliezen tot corruptieschandelen. Niets, maar dan ook niets is deze organisatie, die zich afficheert als ‘midden in de samenleving’ en ‘het is tijd voor een bank die het anders doet, het is tijd voor de Rabobank’, bespaard gebleven.

Wat mij fascineert is de verschillen in ontwikkeling die beide zusterorganisaties hebben doorgemaakt. Hoe kan het zijn dat men aan deze kant van de grens zo het Angelsaksisch evangelie van groot, groter grootst heeft aangenomen, terwijl de Volks- en Raiffeisenbanken in Duitsland wél dichtbij mensen en menselijke maat is gebleven? Een vraag waar ik me de komende tijd meer in wil gaan verdiepen.

I’ll keep you posted…

2014-11-27 Rijnland in de wereld van de coöperatieve banken

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 23 november 2014

Romeinen 13:10 | Rule-based versus Principle-based.

Twee jaar geleden, om precies te zijn op zondag 16 september 2012, werd ik bijzonder geraakt door de gekozen bijbeltekst tijdens een kerkdienst.

De dominee preekte over Romeinen 13:10. In de ‘standaard’ NBG vertaling uit 1951 staat daar:

‘De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet’.

Op mijn iPhone-app las ik de lezing van deze bijbeltekst mee, met de bijbelvertaling van ‘Het Boek‘ ingeschakeld. De tekst in deze vertaling luidt:

‘Wie van zijn medemens houdt, doet hem geen kwaad. Als er werkelijk liefde is, worden de andere voorschriften overbodig’.

Het kwam bij mij binnen als een tegenstelling. Wat wil de vertaler ons nu meegeven? Dat je, door je naaste lief te hebben, voldoet aan de wet, of dat alle voorschriften (en daarmee de wet) overbodig zijn?

Het raakte me zo bijzonder omdat een paar dagen daarna Theodor Kockelkoren, directie lid van de Autoriteit Financiële Markten, bij ons op kantoor langs zou komen voor een bedrijfsbezoek. Hij vroeg me om vooraf aan ons gesprek een agenda te maken en op te sturen. Boven deze agenda heb ik toen deze bijbeltekst gezet, als vertrekpunt om het gesprek over Rule-based versus Principle-based aan te gaan. Een onderwerp waarover in het kader van Corporate Governance (goed ondernemingsbestuur) al heel veel geschreven is.

Waar gaat het nu om? Dat je aan de wet voldoet, dus Rule-based? Of hoor je Principle-based om te gaan met je klant en/of naaste? Op het eerste gezicht lijkt deze vraag makkelijk te beantwoorden. De meeste lezers zullen kiezen voor omgang op basis van principes in plaats van regels. Toch is het volgens mij in de praktijk nog niet zo gemakkelijk.

Regels zijn ‘gemakkelijk’ in de zin dat ze duidelijkheid, overzichtelijkheid en vastigheid bieden. Tegelijkertijd werken ze echter ook beklemmend, bevoogdend en betuttelend. Regels en voorschriften hebben daarbij de neiging om hun eigen leven te gaan leiden. Om hun eigen werkelijkheid te scheppen. Niet voor niets is er tegenwoordig, in de persoon van Frans Timmermans, een functionaris op Europees niveau nodig om toezicht te houden op de ontwikkeling, of in dit verband wildgroei aan regels.

Het verschil tussen Rule-based en Principle-based heeft misschien ook te maken met kiezen? De keuze om ‘domweg’ de regels na te leven of om zélf na te denken over wat goed is? Over kiezen later meer. Voor nu veel wijsheid, voor Timmermans, maar ook voor ons allemaal om de goede keuzes te maken!

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 1 februari 2014

Bermpaaltjes

Afgelopen dinsdag gebeurde het.

Onderweg naar mijn werk reed het ineens langzamer. Bermpaaltjes Tractor
Voorbij een aantal auto’s zag ik in de verte een tractor rijden met achterop zo’n groot, geel geval achterop met betonblok en blauw bord met witte pijl om aan te geven dat het achteropkomend verkeer er om heen diende te rijden.

Waar we uiteindelijk om heen moesten rijden zette me aan het denken…

BermpaaltjesborstelapparaatVoor de ‘waarschuwingstractor’ reed nog een andere tractor. Aan deze tractor zat een arm met daarop een kop met dubbele borstels waarmee de bermpaaltjes werden gewassen.

Erachter dus een stoet auto’s die langzaam moest rijden, daarmee extra uitlaatgassen uitstotend. Twee tractors die dieselwalmen uitstoten ervoor, onderwijl gevaarlijke inhaalmanoeuvres veroorzakend om paaltjes te wassen?

Wat is er mis met een emmer met een sopje en een schuurspons?

Naast de hierboven genoemde bezwaren tegen een ‘té’ technologische oplossing waren er ook nog een aantal (overduidelijk) ongewenste gevolgen:

Licht beschadigde bermpaaltjes (afgeborstelde kilometerstickers).Bermpaaltje

Bermpaaltje zonder reflectorMiddelzwaar beschadigde bermpaaltjes (afgeborstelde reflector, waardoor die geheel z’n functie verliest).

Bermpaaltje Zwaar beschadigde bermpaaltjes (en nee, deze is niet geraakt door een auto, omdat de top overduidelijk tegen de rijrichting in terecht is gekomen..).

 

Ik kan me voorstellen dat in het kader van allerlei doorgeschoten wet- en regelgeving, Arbo etc., bermpaaltjes tegenwoordig met de inzet van dergelijk materiaal dienen te worden gereinigd. Echter, het proces wat ertoe geleid heeft dat dit nu zo moet vind ik pas écht interessant…

Misschien dat er overeenkomsten zijn te vinden met onze maatschappij in het algemeen? Dat we steeds meer onze realiteitszin verliezen? Dat als het maar ingewikkeld genoeg kan, dit altijd beter is dan de ‘KISS’ ( Keep It Simple Stupid) oplossing? Dat geldt ook voor de financiële sector, de energie sector, de zorg en het onderwijs?

Kortom een mooi voorbeeld van de noodzaak van bewustwording, ‘Rijnlands denken’ of ‘ Omdenken’ die we hopelijk steeds meer gaan inzien in Nederland!

Wie het weet mag het zeggen…

Gepost door: Tjibbe van der Veen | 2 februari 2012

Leren met Brinta

brinta_promo_assortimentHet valt me op dat je eigen kinderen soms de meest fantastische voorbeelden hebben van hoe je met elkaar om kunt gaan. Het lijkt soms alsof ze de nodige managementvaardigheden al van jongsaf mee hebben gekregen.

Zou het kunnen dat we die vergeten en opnieuw weer moeten aanleren? Hieronder een voorval tijdens ons ontbijt van vanochtend.

’s Ochtends start ik de dag met een bord Brinta. Oane Marten, onze jongste zoon, wilde ook graag een bord. Het is dan bij ons gebruikelijk dat éérst de Brinta in het bord wordt gedaan en vervolgens de warme melk er op wordt gegoten. Het ‘vlakschudden’ van de vezels van de Brinta in het bord is een populaire aangelegenheid voorafgaand aan het opgieten van de melk. Oane Marten had zijn Brinta al ‘vlak’ liggen toen hij plots zijn lepel pakte en alles weer op één hoopje midden in zijn bord schoof.

Op onze verbaasde vraag waarom hij dit deed antwoordde hij “dan kin Gerda it ek noch in kear dwaan, want sy fynt it ek leuk!” (dan kan Gerda het ook nog een keer doen, want zij vindt het ook leuk!).

Zou het kunnen zijn dat het soms nodig is om gedane zaken tóch een keer te laten nemen om zo mensen om je heen mee te krijgen in een (veranderings)proces? Een klein stapje terug doen om ervoor te zorgen dat iedereen plezier heeft in waar je samen mee bezig bent?

Brinta: de basis voor een krachtige (en leerzame!) start van iedere dag!

Categorieën